Waardering
Belastinglatenties
In echtscheidingsprocedures wordt regelmatig gestreden over de hoogte van de latente belastingclaim. Dit speelt o.a. een rol bij de waardering van ondernemingen en bij de waardering van aandelen in een BV. De partij die het vermogen waarop een belastingclaim rust verkrijgt, zal betogen dat deze claim zo hoog mogelijk en eigenlijk voor de nominale waarde in aanmerking moet worden genomen. De tegenpartij zal uiteraard het tegenovergestelde beweren. Wat is nu waar? Of valt er voor beide beweringen iets te zeggen?
Voor beide beweringen is iets te zeggen. Dit zien we zowel terug in de jurisprudentie als in diverse opinies en publicaties.
Aangezien het om belasting gaat die eerst in de toekomst verschuldigd is, is waardering op contante waarde passend te noemen. Hierbij kan een discussie ontstaan over de hoogte van de contante waarde van de belastingclaim. Men zou, uit praktische overwegingen, kunnen aansluiten bij de percentages die genoemd worden in de Successiewet. Hierin is bijvoorbeeld bepaald dat bij overlijden de belastingclaim op aandelen in een BV gesteld moet worden op 6,25%.
Ook kan een inschatting worden gemaakt van het tijdstip waarop de heffing mogelijk zal plaatsvinden en op basis daarvan kan de contante waarde van de belastingclaim worden uitgerekend. Des te verder weg dit moment ligt, des te lager de contante waarde zal zijn. Een claim van 6,25% bijvoorbeeld correspondeert met een uitstelperiode van 35 jaar (op basis van een 4% disconteringsvoet). Bij een uitstelperiode van 25 jaar bedraagt de aldus berekende claim ongeveer 9%.
Daarentegen kan de stelling worden ingenomen dat uitgegaan moet worden van de nominale waarde. Bijvoorbeeld omdat de ondernemer al richting pensioenleeftijd gaat en op korte termijn de onderneming of aandelen zal verkopen.
Waardering van de belastingclaim op de nominale waarde wordt gesteund door de gedachte dat bij de waardering van de onderneming of de aandelen uitgegaan moet worden van de actuele waarde in het economisch verkeer; de prijs die op dit moment gekregen kan worden bij een verkoop, waarbij dan tegen het actuele tarief belasting verschuldigd zou zijn. Ook wordt de, door sommigen bekritiseerde, stelling ingenomen dat de contante waarde gelijk is aan de nominale waarde. In deze benadering wordt rekening gehouden met toekomstig rendement.
Tot slot zal in de praktijk vaak direct dividend uitgekeerd moeten worden om de ex-partner te kunnen betalen in het kader van de algehele verdeling en vereffening van het huwelijksvermogen. In dat geval is sprake van een acute belastingheffing. Ook in zo’n situatie is een nominale belastingclaim verdedigbaar.
In de praktijk zal het van de feitelijke situatie afhangen wat reëel is en vormt de hoogte van de latentie een zeer belangrijk onderhandelingspunt. De belastingadviseurs van RSM Niehe Lancée kunnen u van dienst zijn bij de berekening en de onderbouwing van de belastinglatentie. Voor de waardering van ondernemingen en aandelen kunt u terecht bij onze waarderingsspecialisten van RSM Niehe Lancée Evaluent.
|